01
Resultaten risicoanalyse
De globale risicoanalyse op niveau van de organisatie, de werkposten en het individu, met de vastgestelde gevaren en risico's.
Wat een Globaal Preventieplan (GPP) precies is, waarom de Codex het verplicht, welke verplichte hoofdstukken erin horen en hoe het samenhangt met je jaaractieplan en risicoanalyse - voor elke Belgische werkgever met personeel.
Het Globaal Preventieplan is geen administratieve formaliteit, maar de kern van een onderbouwd preventiebeleid.
Elke werkgever met minstens één werknemer moet een dynamisch risicobeheersingssysteem voeren. Het globaal preventieplan is daarvan het meerjarenluik: het zet de resultaten van de risicoanalyse om in een opvolgbaar vijfjarenplan. Het document maakt zichtbaar welke risico's voorrang krijgen, welke middelen voorzien zijn en hoe de voortgang wordt beoordeeld. De Codex over het welzijn op het werk vormt het regelgevende kader.
De werkgever stelt het GPP op in overleg met de interne preventiedienst en vraagt het voorgeschreven advies aan het CPBW. Is er geen comité, dan verloopt de werknemersinspraak via de bevoegde vertegenwoordiging of rechtstreeks volgens de toepasselijke overlegregels. Het plan wordt bijgestuurd wanneer gewijzigde omstandigheden de risicoanalyse of gekozen maatregelen beïnvloeden.
De Codex bepaalt welke elementen minimaal in elk Globaal Preventieplan horen.
01
De globale risicoanalyse op niveau van de organisatie, de werkposten en het individu, met de vastgestelde gevaren en risico's.
02
De te nemen en uit te voeren maatregelen, gekozen volgens de preventiehiërarchie (bron → collectief → individueel → instructies).
03
De prioritair na te streven doelstellingen over vijf jaar, met de volgorde waarin de risico's worden aangepakt.
04
De personele, materiële en financiële middelen, en wie binnen de organisatie verantwoordelijk is voor de uitvoering.
05
De opdrachten en het takenpakket van de interne en externe dienst voor preventie en bescherming (preventiepartners).
06
De manier waarop het plan wordt aangepast bij gewijzigde omstandigheden en hoe de uitvoering periodiek wordt geëvalueerd.
Twee documenten, één systeem: het ene is strategisch, het andere operationeel.
Het globaal preventieplan loopt over vijf jaar en zet de grote lijnen uit. Het jaaractieplan (JAP) vertaalt die elk dienstjaar naar concrete acties: wat gebeurt er, door wie, met welke middelen en tegen wanneer? Het ontwerp wordt tijdig vóór het begin van het betrokken dienstjaar voor advies voorgelegd; bij een kalenderjaar betekent de gebruikelijke overlegplanning dat dit in het najaar gebeurt.
De risicoanalyse levert de onderbouwing, het GPP ordent de meerjarenprioriteiten en het JAP maakt de eerstvolgende acties controleerbaar. Nieuwe risico's of vertragingen kunnen aanleiding geven om beide plannen te actualiseren. Gebruik de voorbeeldstructuur met praktische GPP-hoofdstukken als redactionele start, niet als vervanging van de eigen risicoanalyse en het voorgeschreven overleg.
Leg per welzijnsdomein vast op welke risicoanalyse, incidentgegevens en werknemersinbreng de prioriteit steunt.
Noteer adviesdatum, gekozen prioriteit, verantwoordelijke, middelen en de reden wanneer een advies niet wordt gevolgd.
Koppel iedere maatregel aan een jaaractie, opvolgindicator en evaluatiemoment; pas het vijfjarenplan aan bij relevante wijzigingen.
Ja. Elke Belgische werkgever met personeel moet een Globaal Preventieplan opstellen. Dat volgt uit de Welzijnswet van 4 augustus 1996 en de Codex Welzijn op het Werk (Boek I, Titel 2), als onderdeel van het verplichte dynamisch risicobeheersingssysteem. Ook kleine ondernemingen ontkomen er niet aan.
Een Globaal Preventieplan loopt over een periode van vijf jaar. Het wordt jaarlijks geconcretiseerd in een jaaractieplan en aangepast telkens wanneer de omstandigheden in de onderneming wijzigen, bijvoorbeeld bij nieuwe activiteiten, processen of arbeidsmiddelen.
Het Globaal Preventieplan is het strategische vijfjarenplan; het jaaractieplan (JAP) is de concrete vertaling per jaar. Het JAP somt op welke maatregelen dat jaar worden uitgevoerd, door wie en tegen wanneer. Beide vloeien voort uit dezelfde risicoanalyse en worden voor advies aan het CPBW voorgelegd.
De werkgever blijft verantwoordelijk en stelt het plan op in samenwerking met de interne preventiedienst. Het CPBW geeft vooraf advies. Externe deskundigen kunnen analyses of redactie ondersteunen, maar nemen de verantwoordelijkheid en het voorgeschreven overleg niet over.
Het ontbreken van het verplichte plan kan bij toezicht aanleiding geven tot een bevel om de situatie te regulariseren en, afhankelijk van de feiten en ernst, verdere handhaving. Het verhindert bovendien dat de werkgever de geplande beheersing en opvolging van risico's overtuigend aantoont.
Herbekijk het plan wanneer de risicoanalyse wijzigt, bijvoorbeeld door nieuwe activiteiten, arbeidsmiddelen, gebouwen, werkorganisatie of relevante incidenten. De jaarlijkse evaluatie via het jaaractieplan kan eveneens aantonen dat prioriteiten, middelen of termijnen moeten worden bijgestuurd.
Controleer bij een concrete beslissing steeds de actuele geconsolideerde tekst. De onderstaande overheidsbronnen zijn het vertrekpunt van dit dossier.
Officiële toelichting bij het dynamisch risicobeheersingssysteem, het GPP en het JAP.
Basiskader: verplicht preventiebeleid en risicobeheersing.
Algemene beginselen, dynamisch risicobeheersingssysteem, GPP en JAP.
Laat risicoanalyse, meerjarenprioriteiten en jaaracties samenbrengen in één controleerbare beleidscyclus, met duidelijke verantwoordelijkheden en overlegmomenten.