01
Risicoanalyse en advies
Meewerken aan de risicoanalyse, de werkposten en arbeidsmiddelen onderzoeken en de werkgever adviseren over preventiemaatregelen volgens de preventiehiërarchie.
Elke Belgische werkgever met personeel richt een interne dienst voor preventie en bescherming op met minstens één interne preventieadviseur. Deze gids verduidelijkt de taken, groepsindeling A-D, het jaarverslag en de samenwerking met het CPBW en externe deskundigen.
De IDPBW is geen optie maar een wettelijke basisverplichting voor elke werkgever met personeel.
Vanaf de eerste werknemer moet elke Belgische werkgever een interne dienst voor preventie en bescherming op het werk oprichten. Dat staat in de Welzijnswet van 4 augustus 1996 en is uitgewerkt in de Codex Welzijn op het Werk, Boek II, Titel 1. De dienst omvat minstens één interne preventieadviseur die werkgever en werknemers bijstaat bij onder meer risicoanalyse, planning, ongevalsonderzoek en advies over arbeidsmiddelen en werkposten.
In een onderneming met minder dan 20 werknemers kan de werkgever onder de voorwaarden voor groep D zelf de functie opnemen. Opdrachten waarvoor de interne dienst niet alle vereiste deskundigheid bezit, worden volgens de groepsindeling en disciplines toevertrouwd aan een bevoegde externe dienst. De Codex bepaalt welke opdrachten intern kunnen blijven en waar externe deskundigheid nodig is.
De groepsindeling bepaalt mee welk opleidingsniveau en welke interne capaciteit nodig zijn. De tabel geeft de algemene werknemersdrempels; activiteitgebonden drempels kunnen een onderneming eerder in groep A of B plaatsen.
| Groep | Aantal werknemers (indicatief) | Vereist opleidingsniveau preventieadviseur |
|---|---|---|
| Groep A | ca. 1.000 of meer (lager bij risicovolle activiteiten) | Niveau I (aanvullende vorming niveau I) |
| Groep B | ca. 200 tot 1.000 (lager bij risicovolle activiteiten) | Niveau II (aanvullende vorming niveau II) |
| Groep C | 20 tot minder dan 200, behoudens activiteitgebonden drempels | Basisvorming (basiskennis preventieadviseur) |
| Groep D | minder dan 20 | Geen specifieke aanvullende vorming vereist; werkgever mag zelf de functie opnemen |
De interne dienst staat de werkgever bij in alle aspecten van het welzijnsbeleid. Dit zijn de hoofdtaken.
01
Meewerken aan de risicoanalyse, de werkposten en arbeidsmiddelen onderzoeken en de werkgever adviseren over preventiemaatregelen volgens de preventiehiërarchie.
02
Het globaal preventieplan en het jaarlijks actieplan helpen opstellen, uitvoeren en evalueren als ruggengraat van het dynamisch risicobeheersingssysteem.
03
Arbeidsongevallen en incidenten onderzoeken, de oorzaken bepalen en maatregelen voorstellen om herhaling te voorkomen, inclusief de wettelijke ongevalsverslagen.
04
Periodieke rondgangen en inspecties op de arbeidsplaatsen uitvoeren en vaststellingen documenteren voor opvolging.
05
Het verplichte jaarverslag van de interne dienst opstellen, dat de werking, vaststellingen en preventieactiviteiten van het voorbije jaar samenvat (zie FAQ).
06
De werkgever, het CPBW en de externe dienst (preventiepartners) bijstaan en het secretariaat van het comité verzorgen waar van toepassing.
De interne dienst organiseert de informatieflow tussen werkvloer, werkgever, overlegorgaan en betrokken preventiedisciplines.
De interne preventieadviseur bewaakt welke opdrachten intern worden uitgevoerd en welke gespecialiseerde disciplines extern worden betrokken, zoals arbeidsgezondheid, ergonomie, arbeidshygiëne of psychosociale aspecten. Die taakverdeling hoort expliciet in de identificatiedocumenten en werkafspraken; uitbesteden neemt de verantwoordelijkheid van de werkgever niet weg.
De groepsindeling A-D staat los van de drempel voor het Comité voor Preventie en Bescherming op het Werk (CPBW), dat gewoonlijk vanaf 50 werknemers wordt opgericht. Beoordeel daarom afzonderlijk welk deskundigheidsniveau vereist is, welk overlegorgaan aanwezig moet zijn en welke opdrachten intern of extern worden uitgevoerd.
Leg per Codex-opdracht vast wat intern gebeurt, welke deskundigheid beschikbaar is en welke opdracht naar een gespecialiseerde preventiepartner gaat.
Borg rechtstreekse toegang tot werkgever en werknemersvertegenwoordiging, voldoende tijd en bescherming van de preventieadviseur.
Plan plaatsbezoeken, analyses, adviezen, opvolging en jaarverslag als één controleerbare cyclus.
Begin met één overzicht van uw werkzaamheden, medewerkers, risico's en bestaande afspraken. Daaruit volgt welk dossierwerk nodig is en wat eerst op de werkplek moet worden verbeterd.
PreventX helpt bij de praktische uitwerking en opvolging binnen een afgesproken opdracht. De werkgever, interne preventiedienst en erkende externe dienst behouden hun wettelijke rollen.
Prijs voor ondersteuning op aanvraag. Werkzaamheden, oplevering en prijs spreken we vooraf af.
De IDPBW is de verplichte interne preventiedienst die elke Belgische werkgever met minstens één werknemer moet oprichten (Welzijnswet 1996; Codex Boek II, Titel 1). Hij bestaat uit minstens één interne preventieadviseur die de werkgever bijstaat bij risicoanalyse, het globaal preventieplan, ongevalsonderzoek en advies over welzijn op het werk.
Dat hangt af van de groepsindeling A-D (Codex Boek II, Titel 1). Groep A vereist niveau I, groep B niveau II, groep C de basisvorming (basiskennis) en groep D geen specifieke aanvullende vorming. De drempels liggen indicatief rond 1.000, 200 en 20 werknemers, met lagere drempels voor risicovolle activiteiten.
Nee. De groepsindeling A-D (drempels rond 1.000, 200 en 20 werknemers) bepaalt het opleidingsniveau van de preventieadviseur. De CPBW-verplichting geldt apart, gewoonlijk vanaf 50 werknemers. Een onderneming in groep C (ongeveer 20 tot 199 werknemers) kan dus een interne preventieadviseur met basisvorming hebben zonder over een CPBW te beschikken.
Het jaarverslag bundelt jaarlijks de werking van de interne dienst, ongevallen- en preventiegegevens en uitgevoerde activiteiten volgens het officiële model. De werkgever bewaart het verslag en houdt het ter beschikking van de bevoegde toezichthouders; gebruik voor vorm en actuele termijn de instructies van FOD WASO.
De groepsindeling, beschikbare deskundigheid en betrokken preventiediscipline bepalen de taakverdeling. De interne dienst blijft de interne werking en informatie coördineren. Opdrachten waarvoor de vereiste deskundigheid niet intern aanwezig is, worden aan de bevoegde externe dienst toegewezen; de werkgever documenteert die verdeling.
Ja. Ook een werkgever met minder dan 20 werknemers richt een interne dienst in. Binnen groep D kan de werkgever de functie onder de toepasselijke voorwaarden zelf opnemen. De risico's en benodigde disciplines bepalen daarnaast welke externe deskundigheid moet worden ingeschakeld.
Controleer bij een concrete beslissing steeds de actuele geconsolideerde tekst. De onderstaande overheidsbronnen zijn het vertrekpunt van dit dossier.
Basistekst die de oprichting van een interne dienst en de aanstelling van een preventieadviseur verplicht maakt.
Officiële toelichting bij de interne dienst, de groepsindeling A-D en de taken van de preventieadviseur.
Geconsolideerde regelgeving over de interne dienst voor preventie en bescherming op het werk.
Breng opdrachten, beschikbare deskundigheid, overleg en opvolging samen in een werkbare interne preventieorganisatie.