Vanaf 50 werknemers
Volwaardig CPBW verplicht
Een onderneming die gemiddeld minstens 50 werknemers telt, moet een CPBW oprichten. De werknemersvertegenwoordigers worden verkozen tijdens de vierjaarlijkse sociale verkiezingen.
Het Comité voor Preventie en Bescherming op het Werk is het paritaire overlegorgaan dat in elke onderneming vanaf 50 werknemers verplicht is. Het adviseert over het globaal preventieplan en het jaarlijks actieplan en bewaakt het welzijn op de werkvloer.
Het Comité voor Preventie en Bescherming op het Werk (CPBW) is het wettelijke kanaal waarlangs werknemers meedenken en meebeslissen over hun eigen veiligheid en gezondheid. Het is geen vrijblijvend overleg: de Welzijnswet van 4 augustus 1996 en Boek II, Titel 7 van de Codex over het welzijn op het werk verplichten elke onderneming met 50 of meer werknemers om een CPBW op te richten. Het comité is paritair: het aantal afgevaardigden van de werkgever mag nooit groter zijn dan het aantal werknemersvertegenwoordigers.
Het CPBW vervangt de interne preventiedienst niet en treedt evenmin in de plaats van een externe dienst. De technische analyses worden voorbereid door de interne dienst (IDPBW) en, voor opdrachten die zij niet zelf kan uitvoeren, door de erkende preventiepartners (Externe Dienst voor Preventie en Bescherming op het Werk) waarop de werkgever een beroep doet; het comité beoordeelt die voorstellen vanuit de werkvloer. Centraal in zijn opdracht staat het advies over het globaal preventieplan en het jaarlijks actieplan, de twee documenten die het preventiebeleid van de onderneming structureren.
De drempel ligt op het gemiddelde tewerkstellingsaantal. Onder 50 werknemers gelden lichtere overlegvormen.
Vanaf 50 werknemers
Een onderneming die gemiddeld minstens 50 werknemers telt, moet een CPBW oprichten. De werknemersvertegenwoordigers worden verkozen tijdens de vierjaarlijkse sociale verkiezingen.
Onder 50 werknemers
Is er geen CPBW, dan neemt de syndicale afvaardiging de taken over. Ontbreekt ook die, dan moet de werkgever de werknemers rechtstreeks raadplegen over het welzijnsbeleid.
Bijzondere regels
De telling van het personeelsbestand volgt specifieke regels uit de welzijnsreglementering. Raadpleeg uw preventiepartners of sociaal secretariaat voor de exacte berekening in uw situatie.
Het comité is paritair samengesteld en heeft adviserende, instemmings- en informatierechten.
| Element | Invulling |
|---|---|
| Werkgeversbank | De werkgever of zijn vertegenwoordiger plus leidinggevenden die de werkgever kunnen verbinden |
| Werknemersbank | Afgevaardigden verkozen via de sociale verkiezingen (om de vier jaar) |
| Pariteit | Het aantal werkgeversafgevaardigden mag het aantal werknemersafgevaardigden niet overschrijden |
| Adviserende leden | De interne preventieadviseur en de arbeidsarts wonen de vergaderingen bij met raadgevende stem |
| Voorafgaand advies | Onder meer over het globaal preventieplan (GPP) en het jaarlijks actieplan (JAP) |
| Vergaderfrequentie | In principe minstens maandelijks, met bijkomende vergaderingen op verzoek |
| Wettelijke basis | Welzijnswet 4 augustus 1996 + Codex, Boek II, Titel 7 |
De interne preventiedienst stelt, samen met de externe preventieadviseur, de risicoanalyse en het globaal preventieplan (vijfjarenkader) op. Dit vormt de inhoudelijke basis waarover het comité zich later uitspreekt. Zonder degelijke risicoanalyse kan het CPBW zijn adviesrol niet ten gronde vervullen, want het mist dan de feitelijke onderbouwing van de voorgestelde maatregelen.
Op basis van het globaal preventieplan wordt elk jaar een jaarlijks actieplan (JAP) opgemaakt met de concrete acties voor het komende dienstjaar: budgetten, prioriteiten, verantwoordelijken en termijnen. Het JAP vertaalt de meerjarenvisie van het GPP naar uitvoerbare stappen die in dat ene werkjaar haalbaar en meetbaar zijn voor de organisatie.
Vóór de definitieve vaststelling legt de werkgever het globaal preventieplan en het jaarlijks actieplan voor aan het CPBW voor voorafgaand advies. De werknemersvertegenwoordigers toetsen de voorstellen aan de realiteit op de werkvloer en kunnen aanvullingen of bijsturingen vragen. Dit advies is een wettelijke procedurestap, geen formaliteit: het comité moet effectief de kans krijgen zich uit te spreken.
Het comité volgt de uitvoering van de acties op via het jaarverslag van de interne dienst, arbeidsongevallencijfers en periodieke rapportering. Waar acties achterlopen of nieuwe risico's opduiken, stuurt het comité bij voor het volgende actieplan. Zo ontstaat een gesloten verbeterloop waarin elk werkjaar voortbouwt op de vaststellingen en lessen van het vorige.
Een CPBW is verplicht in elke Belgische onderneming met gemiddeld minstens 50 werknemers, op grond van de Welzijnswet van 4 augustus 1996 en Boek II, Titel 7 van de Codex. Onder die drempel neemt de syndicale afvaardiging de taken over, of moet de werkgever de werknemers rechtstreeks raadplegen over het welzijnsbeleid.
Het CPBW is paritair samengesteld uit een werkgeversbank (de werkgever en leidinggevenden die hem kunnen verbinden) en een werknemersbank (afgevaardigden verkozen via de sociale verkiezingen). De interne preventieadviseur en de arbeidsarts wonen de vergaderingen bij met raadgevende stem. Het aantal werkgeversafgevaardigden mag het aantal werknemersafgevaardigden niet overschrijden.
De werkgever moet het globaal preventieplan en het jaarlijks actieplan vóór de definitieve vaststelling voorleggen aan het CPBW voor voorafgaand advies. Het comité toetst de voorgestelde preventiemaatregelen aan de werkvloerrealiteit en kan bijsturingen vragen. Dit voorafgaand advies is een wettelijke procedurestap binnen het welzijnsbeleid, geen vrijblijvende formaliteit.
De werknemersvertegenwoordigers in het CPBW worden verkozen tijdens de sociale verkiezingen, die om de vier jaar plaatsvinden. Die verkiezingen bepalen wie de werknemers in het comité vertegenwoordigt en verlenen die afgevaardigden hun mandaat en hun bijzondere ontslagbescherming gedurende de hele zittingsperiode.
Het CPBW vergadert in principe minstens één keer per maand. Daarnaast kan een bijkomende vergadering worden bijeengeroepen wanneer een deel van de werknemersvertegenwoordigers daarom verzoekt. De precieze procedureregels staan in de Codex over het welzijn op het werk; raadpleeg bij twijfel uw preventiepartners of het huishoudelijk reglement van uw comité.
Nee. Het CPBW is een overlegorgaan dat advies geeft en het preventiebeleid mee bewaakt. De IDPBW ondersteunt de werkgever intern; alleen voor opdrachten die de interne dienst niet zelf kan uitvoeren, doet de werkgever aanvullend een beroep op een gespecialiseerde preventiepartners. PreventX ondersteunt de werkgever en de IDPBW bij de voorbereiding en opvolging van de comitéwerking, zonder die wettelijke diensten te vervangen.
Controleer bij een concrete beslissing steeds de actuele geconsolideerde tekst. De onderstaande overheidsbronnen zijn het vertrekpunt van dit dossier.
Officiële toelichting van het Belgisch kenniscentrum over welzijn op het werk: drempel, samenstelling, bevoegdheden en wettelijke basis van het CPBW.
Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid: oprichtingsdrempel, werking, advies over GPP en JAP en de link met de sociale verkiezingen.
De codexbepalingen over de comités voor preventie en bescherming op het werk, kaderend binnen de Welzijnswet van 4 augustus 1996.
PreventX ondersteunt de werkgever en de IDPBW bij de voorbereiding van de risicoanalyse, het globaal preventieplan en het jaarlijks actieplan, en stemt waar nodig af met de gespecialiseerde preventiepartners waarop de werkgever een beroep doet.