Technisch kennisdossier · België

ATEX in België: van explosierisico tot aantoonbare beheersing.

Een bronvaste gids voor werkgevers over Codex Boek III, Titel 4: preventiehiërarchie, risicoanalyse, zones 0/1/2 en 20/21/22, geschikt materieel, het explosieveiligheidsdocument, coördinatie en herziening.

Direct antwoord

ATEX-explosieveiligheid in België betekent dat de werkgever explosieve atmosferen eerst voorkomt, vervolgens ontsteking vermijdt en ten slotte de gevolgen beperkt. Codex Welzijn op het Werk, Boek III, Titel 4 verplicht een integrale explosierisicobeoordeling, zone-indeling, passende maatregelen en een bijgehouden explosieveiligheidsdocument. De zoneklasse volgt uit frequentie en duur; de Codex legt geen vaste uurgrenzen of standaardafstanden op.

Herzien
Revisie
2026.08
Toepassing
Belgische arbeidsplaatsen
Ga naar een onderdeel

ATEX begint bij de atmosfeer, niet bij het label op een toestel

Bepaal eerst waar een brandbare stof samen met lucht een explosief mengsel kan vormen. Pas daarna volgen zonering, materieelselectie en het explosieveiligheidsdocument.

Wettelijke kern

Boek III, titel 4 van de Belgische Codex verplicht de werkgever om explosierisico's te beoordelen, gevaarlijke plaatsen in zones in te delen en een explosieveiligheidsdocument bij te houden.

Twee families, dezelfde frequentielogica

De binnenste velden stellen een vaker aanwezige explosieve atmosfeer voor. De buitenste velden staan voor een uitzonderlijke, kortstondige aanwezigheid.

Oriënterend · niet op schaal
Conceptuele vergelijking van ATEX-gas- en stofzonesLinks liggen gaszones 0, 1 en 2 rond een dampvrijgave. Rechts liggen stofzones 20, 21 en 22 rond een stofafgiftepunt. De illustratie toont frequentie, geen berekende afstanden.GAS · DAMP · NEVELZONE 2ZONE 1ZONE 0mogelijke dampvrijgaveBRANDBAAR STOFZONE 22ZONE 21ZONE 20mogelijke stofafgifte
Vaak of langdurig: 0/20 Af en toe bij normale werking: 1/21 Zelden en kortstondig: 2/22
Een echte zonegrens volgt uit bronsterkte, stof- of gaseigenschappen, ventilatie, installatiegeometrie en bedrijfscondities. Deze figuur berekent geen afstanden en vervangt geen locatieonderzoek.

Lees de zes zones als twee parallelle families

0/1/2 horen bij gas, damp en nevel. 20/21/22 horen bij brandbaar stof. Het cijfer drukt frequentie en duur uit, niet automatisch de grootte of vorm van het gebied.

Zoneverkenner

Vergelijk de wettelijke zonebetekenis en standaardcategorie. Kies eerst het soort explosieve atmosfeer en daarna de zone.

Oriëntatie, geen zoneberekening

1 · Atmosfeer
2 · Zone
Gas, damp of nevel in lucht

Zone 0: voortdurend of herhaaldelijk

Voortdurend, gedurende lange perioden of herhaaldelijk aanwezig. Hoogste aanwezigheidsklasse; geen vaste urengrens in de Codex.

Standaard apparaatcategorieCategorie 1

Categorie 1, geschikt voor het betrokken gas, de damp of nevel.

De categorie is slechts één selectiecriterium. Gas- of stofgroep, temperatuurklasse, beschermingswijze, EPL, omgevingscondities en de volledige Ex-markering blijven eveneens relevant.

Zes zones naast elkaar

De categorieën hieronder zijn de standaardtoewijzing uit Codex bijlage III.4-2.

ZoneAtmosfeerAanwezigheidStandaardcategorie
Zone 0Gas, damp of nevel in luchtVoortdurend, gedurende lange perioden of herhaaldelijk aanwezig. Hoogste aanwezigheidsklasse; geen vaste urengrens in de Codex.Categorie 1
Zone 1Gas, damp of nevel in luchtKan bij normaal bedrijf waarschijnlijk af en toe aanwezig zijn. Normaal bedrijf betekent gebruik binnen de ontwerpparameters.Categorie 1 / Categorie 2
Zone 2Gas, damp of nevel in luchtNiet waarschijnlijk bij normaal bedrijf en, als dit toch gebeurt, van korte duur. ‘Niet waarschijnlijk’ is geen vrijstelling van onderbouwing of ontstekingsbeheersing.Categorie 1 / Categorie 2 / Categorie 3
Zone 20Wolk brandbaar stof in luchtVoortdurend, gedurende lange perioden of herhaaldelijk aanwezig. Stoflagen blijven afzonderlijk relevant als mogelijke bron van een stofwolk.Categorie 1
Zone 21Wolk brandbaar stof in luchtKan bij normaal bedrijf af en toe aanwezig zijn. Beoordeel ook ophoping en opnieuw opwervelen van stof.Categorie 1 / Categorie 2
Zone 22Wolk brandbaar stof in luchtNiet waarschijnlijk bij normaal bedrijf en, als dit toch gebeurt, van korte duur. Een nette momentopname bewijst niet dat stoflagen structureel beheerst zijn.Categorie 1 / Categorie 2 / Categorie 3

De standaardtoewijzing in bijlage III.4-2 van de Codex is categorie 1 voor zone 0/20, categorie 1 of 2 voor zone 1/21 en categorie 1, 2 of 3 voor zone 2/22, tenzij de explosierisicobeoordeling anders bepaalt. Categorie alleen bewijst niet dat een toestel volledig geschikt is voor de stof, temperatuur, omgeving en beoogde toepassing.

De wettelijke preventiehiërarchie houdt drie verdedigingslagen in stand

Het doel is niet enkel geschikte apparatuur plaatsen. De aanpak begint bij het voorkomen van de explosieve atmosfeer en bouwt pas daarna verder.

  1. 01

    Voorkom dat een explosieve atmosfeer ontstaat

    Pak brandbare stof en vrijzetting bij de bron aan. Denk aan substitutie, gesloten overdracht, beperking van emissies, passende afvoer of een andere aantoonbaar veilige proceskeuze. Controlepunt: Welke bronmaatregel voorkomt of verkleint de explosieve atmosfeer, en waarop is de werking gebaseerd?

  2. 02

    Vermijd ontsteking wanneer de atmosfeer niet volledig kan worden voorkomen

    Beoordeel alle relevante ontstekingsbronnen, met inbegrip van elektrostatische ontladingen, en beheers ze technisch en organisatorisch. Controlepunt: Welke ontstekingsbronnen kunnen aanwezig of actief worden, en welk bewijs toont dat ze worden beheerst?

  3. 03

    Beperk de schadelijke gevolgen van een explosie

    Ontwerp maatregelen voor begrenzing, waarschuwing, veilige toestand en vlucht waar de beoordeling dat verlangt; combineer zo nodig met maatregelen tegen explosie-uitbreiding. Controlepunt: Welke restrisico’s blijven over en hoe zijn werknemers en aangrenzende installaties daartegen beschermd?

Van procesfeiten naar een controleerbaar ATEX-dossier

De volgorde hieronder houdt stofdata, emissiebronnen, klasse, ruimtelijke omvang, materieel en verificatie herleidbaar. Elke stap levert bewijs op voor de volgende beslissing.

Negen beslismomenten

Gebruik deze volgorde als veldmethodiek, niet als automatische rekentool.

  1. Stap 1

    Leg scope, installatiegrenzen en besluitvraag vast

    Welke processen, ruimten, bedrijfsmodi, interfaces en wijzigingen vallen in de beoordeling? Maak de fysieke en functionele grens expliciet, inclusief openingen naar verbonden ruimten. Leg normale bedrijfsvoering en relevante procescondities vast. Bepaal welke interne dienst en aanvullende explosieveiligheidsdeskundigheid nodig zijn.

    Kernbewijs: Scopeblad, proces- en ruimtelijst, rollen- en bronregister. Let op: Een plattegrond zonder procesgrenzen is nog geen beoordelingsbasis.
  2. Stap 2

    Verifieer stof- en procesgegevens

    Kunnen de aanwezige gassen, dampen, nevels, stofwolken of stoflagen onder de werkelijke omstandigheden een explosief mengsel vormen? Verzamel relevante fysisch-chemische gegevens uit betrouwbare en toepasselijke bronnen. Leg temperatuur, druk, concentratie, deeltjesgedrag, vocht en procesvariatie vast voor zover relevant. Noteer onzekerheden; een veiligheidsinformatieblad bevat niet noodzakelijk alle benodigde explosiegegevens.

    Kernbewijs: Stoffenregister, databronnen, lijst met ontbrekende of te bevestigen waarden.
  3. Stap 3

    Identificeer iedere mogelijke emissiebron

    Waar kan brandbaar materiaal vrijkomen of als stoflaag een nieuwe bron vormen? Loop processtappen en apparatuur systematisch na: vullen, lossen, ontluchten, afdichten, reinigen en onderhouden. Scheid gas/damp/nevel, stofwolk en hybride situaties. Neem verbonden ruimten, afzuigsystemen en overdrachtspunten mee.

    Kernbewijs: Genummerde emissiebronnenlijst, scenario per bron, koppeling met P&ID of lay-out.
  4. Stap 4

    Beoordeel waarschijnlijkheid en duur kwalitatief

    Is aanwezigheid voortdurend of herhaaldelijk, bij normaal bedrijf af en toe, of bij normaal bedrijf niet waarschijnlijk en dan kort? Onderbouw de klasse vanuit procesfunctie en bedrijfsvoering, niet vanuit een generieke urentabel. Leg vast wat voor deze installatie onder normaal bedrijf valt. Beoordeel de explosierisico’s als geheel, inclusief wisselwerkingen en te verwachten gevolgen.

    Kernbewijs: Classificatiemotivering per bron, aannames, open beslispunten. Let op: De Codex gebruikt kwalitatieve begrippen en bevat geen universele jaarlijkse uurgrenzen.
  5. Stap 5

    Beoordeel verdunning, verspreiding en huishouding

    Hoe beïnvloeden ventilatie, afzuiging, obstakels en stofbeheer de aanwezigheid en omvang? Koppel ventilatie of afzuiging aan aantoonbare beschikbaarheid en bedrijfscondities. Beoordeel bij stof zowel wolken als lagen, afzettingen en hopen. Leg afhankelijkheden van onderhoud, alarmen en organisatorische controles vast.

    Kernbewijs: Ventilatie- of afzuigbasis, huishoudingsstrategie, faal- en afhankelijkhedenlijst. Let op: Een maatregel die alleen op papier bestaat, mag de zone niet stilzwijgend verkleinen.
  6. Stap 6

    Ken zoneklasse én ruimtelijke omvang afzonderlijk toe

    Welke zone hoort bij het aanwezigheidsprofiel en tot waar blijft dat profiel relevant? Ken voor gas/damp/nevel zone 0, 1 of 2 toe; voor stof zone 20, 21 of 22. Motiveer driedimensionale grenzen en teken openingen, hoogtes, putten, omkastingen en aangrenzende ruimten. Markeer onzekerheden en voorwaarden waaronder de grens geldig blijft.

    Kernbewijs: Zonetabel, zonetekening met legenda, motivatienota. Let op: Het zonenummer levert nooit automatisch een standaardstraal op.
  7. Stap 7

    Toets materieel en andere ontstekingsbronnen

    Is ieder relevant apparaat, systeem, verbindingsstuk en werkproces aantoonbaar geschikt voor medium, zone en omstandigheden? Gebruik de categorieën uit bijlage III.4-2 als uitgangspunt, tenzij het EVD op basis van de risicobeoordeling andere eisen stelt. Controleer meer dan de categorie: ook toepasselijke groep, temperatuur, omgeving, montage, onderhoud en gebruik tellen mee. Beoordeel niet-elektrische en tijdelijke ontstekingsbronnen, waaronder statische ontlading en heet werk.

    Kernbewijs: Materieelregister, ontstekingsbronnenbeoordeling, afwijkingen- en actielijst.
  8. Stap 8

    Veranker de uitkomst in het EVD en de werkorganisatie

    Is zichtbaar wat beoordeeld is, welke maatregelen gelden en wie de interfaces beheerst? Koppel risicoanalyse, zones, maatregelen, materieel, verificatie en wijzigingsbeheer. Leg bij meerdere ondernemingen doel, maatregelen en uitvoering van de coördinatie vast. Bepaal op basis van het EVD waar schriftelijke instructies en werkvergunningen nodig zijn.

    Kernbewijs: Explosieveiligheidsdocument, coördinatieafspraken, instructie- en vergunningenmatrix.
  9. Stap 9

    Verifieer vóór ingebruikname en beheer wijzigingen

    Is de gehele installatie aantoonbaar explosieveilig en blijft de onderbouwing geldig na verandering? Laat de explosieveiligheid vóór eerste inbedrijfstelling verifiëren door personen met passende ervaring en/of beroepsopleiding. Sluit acties af met bewijs uit de werkelijke installatie, niet alleen uit tekeningen. Herzie het EVD bij belangrijke wijzigingen, uitbreidingen of verbouwingen van arbeidsplaats, arbeidsmiddelen of arbeidsproces.

    Kernbewijs: Verificatierapport, as-built dossier, wijzigings- en herzieningslog.

Een EVD is pas sterk wanneer elk besluit terug te voeren is naar bewijs

Gebruik deze bewijscheck als dossierstructuur. Een vinkje zonder bron, eigenaar of revisiedatum is nog geen aantoonbare beheersing.

  1. 01

    Geïdentificeerde en beoordeelde explosierisico’s

    Art. III.4-8, 1°

    Zoek bewijs inScope, bronnen, aannames, scenario’s en integrale risicobeoordeling.

  2. 02

    Afdoende maatregelen

    Art. III.4-8, 2°

    Zoek bewijs inGekozen technische en organisatorische maatregelen, hun prioriteit en de beoogde veilige toestand.

  3. 03

    In zones ingedeelde ruimten

    Art. III.4-8, 3°

    Zoek bewijs inZonetabel, tekeningen, grensmotivering en geldigheidsvoorwaarden.

  4. 04

    Ruimten waarop de minimumvoorschriften gelden

    Art. III.4-8, 4°

    Zoek bewijs inAfbakening en koppeling met maatregelen uit bijlage III.4-2.

  5. 05

    Veilig ontwerp, bediening en onderhoud

    Art. III.4-8, 5°

    Zoek bewijs inOnderbouwing voor arbeidsplaatsen, arbeidsmiddelen en alarminstallaties gedurende hun levenscyclus.

  6. 06

    Voorzorgsmaatregelen voor arbeidsmiddelen

    Art. III.4-8, 6°

    Zoek bewijs inMaterieelregister, geschiktheidscontrole, instructies, onderhoud en verificatie.

  7. 07

    Coördinatie wanneer meerdere ondernemingen werken

    Art. III.4-6

    Zoek bewijs inDoel van de coördinatie, maatregelen, verantwoordelijkheden en wijze van uitvoering.

Herzie het dossier zodra de werkelijkheid verandert

Een jaarlijkse datum alleen volstaat niet. Proces-, stof- en installatieveranderingen kunnen de aannames achter zones en maatregelen onmiddellijk ongeldig maken.

Belangrijke wijziging

Een verandering aan arbeidsplaats, arbeidsmiddel, stof, procesconditie, afzuiging of werkwijze die de beoordeling of maatregelen kan beïnvloeden. Reactie: Beoordeel de impact vóór vrijgave en herzie het EVD en de onderliggende zonering waar nodig.

Uitbreiding

Nieuwe lijn, extra opslag, bijkomend vulpunt, gewijzigde capaciteit of gekoppelde ruimte. Reactie: Breid scope en bronregister uit; valideer interfaces, zones, materieel en coördinatie opnieuw.

Verbouwing

Aanpassing van lay-out, omkasting, ventilatie, leidingwerk, constructie of toegang. Reactie: Controleer driedimensionale zonegrenzen en laat het dossier aansluiten op de as-built situatie.

Normstatus is een controlepunt, geen stilzwijgende aanname

De internationale IEC-publicatie en de actieve Belgische NBN-editie kunnen tijdelijk verschillen. Leg daarom bij dossierstart de geraadpleegde catalogusstatus en gekozen normbasis vast.

NBN · NBN EN IEC 60079-10-1:2021

Catalogusrecord voor gebiedsindeling bij explosieve gasatmosferen.

Door NBN als ACTIVE weergegeven bij controle op 6 augustus 2026.Controleer catalogusrecord

NBN · NBN EN 60079-10-2:2015

Catalogusrecord voor gebiedsindeling bij explosieve stofatmosferen.

Door NBN als ACTIVE weergegeven bij controle op 6 augustus 2026.Controleer catalogusrecord

IEC · IEC 60079-10-2:2026

Internationale editie voor stofgebiedsindeling, gepubliceerd op 29 juni 2026.

Publicatie door IEC is niet automatisch gelijk aan Belgische overname door NBN; controleer het actuele NBN-record.Controleer catalogusrecord

Bronnenledger

De juridische duiding op deze pagina is gekoppeld aan officiële bronnen. Controleer bij ontwerp- en investeringsbeslissingen altijd de actuele brontekst en toepasselijke normen.

  1. 01
    Codex Welzijn op het Werk · Boek III, Titel 4 (PDF)

    Belgische verplichtingen, zones, EVD, maatregelen en apparatuurcategorieën. Officiële geconsolideerde titel; vermeldt de wijziging door het KB van 12 mei 2024.

    FOD Werkgelegenheid
  2. 02
    FOD Werkgelegenheid · ruimtes met explosierisico

    Officiële themapagina met regelgeving en verwijzing naar de Codex-titel.

    FOD Werkgelegenheid
  3. 03
    EUR-Lex · Richtlijn 1999/92/EG

    Minimumvoorschriften voor werknemers die risico lopen door explosieve atmosferen.

    EUR-Lex
  4. 04
    EUR-Lex · Richtlijn 2014/34/EU

    Productkader voor apparaten en beveiligingssystemen in potentieel explosieve atmosferen.

    EUR-Lex
  5. 05
    NBN · NBN EN IEC 60079-10-1:2021

    Catalogusrecord voor gebiedsindeling bij explosieve gasatmosferen. Door NBN als ACTIVE weergegeven bij controle op 6 augustus 2026.

    NBN
  6. 06
    NBN · NBN EN 60079-10-2:2015

    Catalogusrecord voor gebiedsindeling bij explosieve stofatmosferen. Door NBN als ACTIVE weergegeven bij controle op 6 augustus 2026.

    NBN
  7. 07
    IEC · IEC 60079-10-2:2026

    Internationale editie voor stofgebiedsindeling, gepubliceerd op 29 juni 2026. Publicatie door IEC is niet automatisch gelijk aan Belgische overname door NBN; controleer het actuele NBN-record.

    IEC

Veelgestelde vragen over ATEX

Beknopte antwoorden, met dezelfde scopegrens als het dossier.

Wat is ATEX in België?

ATEX is de gangbare verzamelnaam voor regels over explosieve atmosferen. Voor Belgische werkgevers is Codex Welzijn op het Werk, Boek III, Titel 4 het directe kader. Die titel zet Richtlijn 1999/92/EG om. Richtlijn 2014/34/EU regelt daarnaast het op de markt brengen van apparaten en beveiligingssystemen voor potentieel explosieve atmosferen.

Welke ATEX-zones bestaan er?

Voor gas, damp en nevel zijn er zones 0, 1 en 2. Voor een wolk brandbaar stof zijn er zones 20, 21 en 22. Het verschil berust op de frequentie en duur van het optreden. De klasse en de ruimtelijke omvang moeten afzonderlijk en installatiegebonden worden onderbouwd.

Legt de Belgische Codex vaste uurgrenzen per ATEX-zone op?

Nee. Bijlage III.4-1 gebruikt kwalitatieve begrippen: voortdurend, lange perioden of herhaaldelijk; bij normaal bedrijf af en toe; of bij normaal bedrijf niet waarschijnlijk en dan van korte duur. Een generieke urentabel is dus geen wettelijke Belgische zonedefinitie.

Welke materieelcategorie hoort bij welke zone?

Als uitgangspunt noemt bijlage III.4-2 categorie 1 voor zone 0/20, categorie 1 of 2 voor zone 1/21 en categorie 1, 2 of 3 voor zone 2/22. Het materieel moet ook geschikt zijn voor het betrokken gas, de damp, nevel of het stof. Het EVD kan op basis van de risicobeoordeling andere eisen stellen.

Is een CE- of Ex-markering op zichzelf voldoende?

Nee. Markering is slechts één deel van de geschiktheidsbeoordeling. Zone, medium, apparatuurcategorie, productgroep, temperatuurgedrag, omgevingscondities, montage, verbindingsstukken, bediening en onderhoud moeten samen kloppen met het EVD en de werkelijke installatie.

Wat moet uit een explosieveiligheidsdocument blijken?

Het EVD toont onder meer dat de explosierisico’s zijn geïdentificeerd en beoordeeld, dat afdoende maatregelen worden genomen, welke ruimten zijn gezoneerd, waar de minimumvoorschriften gelden en dat arbeidsplaatsen en arbeidsmiddelen veilig worden ontworpen, bediend en onderhouden. Bij externe ondernemingen legt het ook de coördinatie vast.

Wanneer moet het EVD worden herzien?

De Codex verplicht herziening bij belangrijke wijzigingen, uitbreidingen of verbouwingen van arbeidsplaatsen, arbeidsmiddelen of het arbeidsproces. Er staat geen universele jaarlijkse vervaldatum in artikel III.4-8; wijzigingsimpact is het beslissende criterium.

Wie moet bij de zone-indeling worden betrokken?

De werkgever deelt de ruimten in en betrekt de interne dienst. Indien nodig voor de vereiste explosieveiligheidsdeskundigheid wordt ook de afdeling risicobeheersing van de externe dienst betrokken. De verificatie vóór eerste inbedrijfstelling wordt uitgevoerd door personen die door ervaring en/of beroepsopleiding deskundig zijn in explosieveiligheid.

Wie coördineert ATEX-maatregelen bij aannemers op de site?

Elke werkgever blijft verantwoordelijk voor wat onder zijn controle staat. De werkgever in wiens inrichting externe ondernemingen of zelfstandigen werken, coördineert de welzijnsmaatregelen en preciseert doel, maatregelen en uitvoering van die coördinatie in het EVD.

Welke normversie geldt in 2026 voor stofzone-indeling?

Op 6 augustus 2026 toont de NBN-catalogus NBN EN 60079-10-2:2015 nog als actief. IEC publiceerde IEC 60079-10-2:2026 op 29 juni 2026. Die internationale publicatie is niet automatisch een Belgische vervanging. Controleer daarom bij de start van elk dossier de actuele NBN-status en contractuele normbasis.

Wanneer vraagt uw situatie om een ATEX-beoordeling?

Inventariseer waar brandbare gassen, dampen, nevels of stof met lucht een explosieve atmosfeer kunnen vormen. Alleen een productnaam of een Ex-label op een toestel geeft nog geen oordeel over uw werkplek.

Stof en proces
Verzamel stofgegevens, veiligheidsinformatiebladen, procesbeschrijving en bedrijfscondities. Benoem ook vullen, lossen, reinigen, onderhoud en storingen.
Vrijkomen en ventilatie
Breng mogelijke vrijzettingsbronnen, stofafzettingen en ventilatie in kaart. De frequentie, duur en omstandigheden vragen een deskundige beoordeling; een eenvoudige vragenlijst berekent geen zonegrens.
Installatie en maatregelen
Leg relevante tekeningen, apparatuurgegevens, inspecties en bestaande beschermingsmaatregelen klaar. Ontbrekende gegevens, aanvullende studies en benodigde controles blijven zichtbaar in de opdracht.

De concrete beoordeling kan leiden tot een explosierisicoanalyse, zone-indeling, explosieveiligheidsdocument en maatregelen. Benodigde deskundigheid en betrokken preventieactoren worden vooraf bepaald. De website en zoneverkenner certificeren geen installatie.

Prijs voor ondersteuning op aanvraag. Werkzaamheden, oplevering en prijs spreken we vooraf af.

Van brontekst naar locatiebewijs

Laat uw ATEX-dossier toetsen aan de echte installatie

PreventX helpt inventaris, risicoanalyse, zones, maatregelen en EVD in één navolgbaar dossier samenbrengen.